Zaterdag 22 november 2008, 
RegistrerenAdverterenContact   

   

De Republiek - deel B

Ankara wordt hoofdstad

Het Verdrag van Sèvres beslechtte in 1920 het lot van het Osmaanse Rijk. En meteen dit van sultan Mehmet VI. Generaal Mustafa Kemal (Atatürk) had toen al een hervormingsbeweging ingezet om een krachtige Turks-nationale staat uit te bouwen. Datzelfde jaar benoemde de Grote Nationale Vergadering hem tot hoofd van de voorlopige regering in Ankara.

De regering moest de verbrokkeling verhinderen van het land na de val van de Osmanen en optornen tegen de dreigende kolonisatie door de overwinnaars in. De belangrijkste tegenstanders van de nationale revolutie waren de door de Britten gesteunde Grieken.

Op 24 juli 1923 ondertekenden Grieken en Britten uiteindelijk het Verdrag van Lausanne. Turkije verkreeg hierdoor Oost-Thracië, enkele Egeïsche eilanden en gebied rondom Izmir.
Het sultanaat werd op 1 november 1922 al afgeschaft en op 29 oktober 1923 werd de Turkse republiek uitgeroepen.

Als Mustafa Kemal Pasha werd hij de eerste president en Ankara de hoofdstad. Hij verkreeg de naam Atatürk (vader der Turken) in 1934. De staatsman voerde de scheiding tussen godsdienst en staat door, voerde het Latijnse alfabet in, het metriek stelsel en het kiesrecht voor vrouwen.

Na de dood van Atatürk in 1938 wist zijn opvolger, generaal Ismet Inönü het land neutraal te houden tijdens Wereldoorlog II. In 1945 werd het éénpartijstelsel vervangen door het meerpartijensysteem. De Sovjets probeerden Turkije in hun invloedssfeer te krijgen, maar Inönü aanvaardde economische steun van de Amerikaanse president Truman. In 1952 sloot Turkije aan bij de NAVO. Inönü voerde ook economische hervormingen door en het privé-initiatief kreeg meer mogelijkheden. Tussen 1950 en 1960 zou de Democratische Partij met politici als Celal Bayar, Adnan Menderes en Mehmet Fuat Köprülü het beleid bepalen.

De banden met het westen en in het bijzonder de Verenigde Staten werden nog nauwer aangetrokken. De te snelle economische groei zorgde echter voor sociale problemen.
De Republikeinse Partij poogde die te misbruiken en de regering zette een repressiepolitiek in. Dat leidde in 1960 tot een militaire staatsgreep. Menderes en enkele van zijn aanhangers werden veroordeeld wegen corruptie en opgehangen. Bij de verkiezingen van 1961 kwamen drie partijen (waaronder de Rechtvaardigheidspartij) aan de macht, maar met generaal Griel lag de sleutel tot de macht bij het leger. Het waren zwakke regeringen, die volgden. Er ontstond een linkse agitatie en enkele linkse extremisten gingen over tot terreurdaden. Extreem rechts reageerde op een gelijke wijze met ondermeer de oprichting van de terreurgroep van de Grijze Wolven.

Ook de vakbondswereld reageerde en uit de bestaande verenigingen groeide een gematigde groep en een linkse, die ook de communisten omhelsde. De republikeinse leider van de Partij van het Volk, Inönü, werd in die periode nog premier. Hij overleefde verschillende kabinetten tot 1964.

Toen behaalde de Rechtvaardigheidspartij een grote overwinning en vormde Süleyman Demirel de nieuwe regering. President werd Cevdet Sunay. Demirel en de zijnen bleven steunen op het gedachtegoed van Atatürk. En dat leeft nog steeds voort in het huidige politiek beleid van het land.


In 1971 pleegt het leger een staatsgreep en komt, na verkiezingen, opnieuw de Republikeinse Partij van het Volk aan de macht, ditmaal met de sociaal-democraat Bülent Ecevit. Hij vormt zijn regering in 1974.

Onder zijn bewind breekt een geschil over Cyprus uit. Turkije stuurt troepen om de rechten van de Turkse minderheid aldaar te waarborgen. De staat Noord-Cyprus is geboren. Alleen de regering in Ankara zou hem diplomatiek erkennen. Ecevit treedt af in 1975 en er komt een rechts coalitiekabinet onder leiding van Demirel.

Tot 1980 beleeft het land een moeilijke periode: de economie boert achteruit, er ontstaat een stadsterrorisme en de ene regeringscrisis volgt na de andere. Het leger oordeelt de tijd weer rijp om orde op zaken te stellen en generaal Kenan Evren grijpt de macht op 12 september 1980. Twee jaar later wordt hij tot president verkozen.

Na algemene verkiezingen in 1983 behaalt de Moederland-partij van Turgut Özal een verpletterende overwinning, die zij in 1987 herhaalt. Özal was de eerste burger, die staatshoofd werd. In 1989 wordt Özal tot president verkozen en wordt Yildirim Akbulut premier. Twee jaar later wordt die opgevolgd door Mesut Yilmaz.

Bij de verkiezingen van oktober 1991 wordt de Partij van het Ware Pad echter de sterkste van het land en zij vormt een coalitie met de sociaal-democraten. Demirel wordt premier tot hij in mei 1993 tot president wordt verkozen. Een maand later krijgt Turkije voor het eerst een vrouw als regeringsleider, de bevallige, maar krachtdadige Tansu Ciller.

Geschiedenis

Wiki-Turkije




 
AdverterenContactAlgemene Voorwaarden
WelkomNieuwsEvenementenWeblogsTurkijeForum