Zaterdag 22 november 2008, 
RegistrerenAdverterenContact   

   

Osmaanse Rijk

De bakermat van Turkije was een van de vele kleine vorstendommetjes die zich na het uiteenvallen van het Seldjoekenrijk in Klein-Azië hadden gevormd. Hierover aanvaardde ca. 1300 Osman de macht (vandaar de namen Osmaanse of Ottomaanse Rijk en Osmaanse of Ottomaanse Turken). Allengs breidde Osman het staatje uit, vooral ten koste van Byzantijns gebied. Omstreeks 1326 werd Broessa (Bursa) ingenomen, dat tot hoofdstad werd uitgeroepen.



Osmans zoon en opvolger Orhan (regeerde 1326–ca. 1350) ondernam de eerste invallen aan de overkant van de Hellespont. Moerad (Murad) I en Bajezid I maakten in deze richting geweldige veroveringen (Bulgarije, Servië; Slag bij Kosovo Polje, 1389).
Edirne, veroverd in 1362, werd de Europese hoofdstad. Bajezid breidde de veroveringen uit tot Griekenland en in het noorden tot de Donau, waar hij in 1396 bij Nikopolis de verbonden Franse, Hongaarse en Duitse legers versloeg.

In Klein-Azië werden de meeste Turkse vorstendommetjes geannexeerd of veroverd. In de Slag bij Ankara (1402) werd Bajezid echter door Timoer Lenk gevangen genomen, waarna zijn zoons vluchtten.

Bajezids zoon Mehmed I wist in 1413 het rijk te herstellen (regeerde tot 1421). Onder Moerad (Murad) II werd de restauratie voltooid en begonnen de veroveringen weer (Saloniki). In Albanië waren de Osmanen intussen met Venetië en aan de Donau met Hongarije in conflict geraakt. Een belangrijke uitbreiding van het grondgebied brachten de veroveringen van Mehmed II. In 1453 nam hij Constantinopel in, gevolgd door de verovering van de rest van het Byzantijnse gebied.

In 1467 breidde hij de Turkse macht uit naar het oosten (Kastamonu, Trebizonde = Trabzon). Op het Balkanschiereiland ontnam hij Venetië grondgebied. Voorts maakte hij Moldavië en Walachije voorgoed schatplichtig.

Onder Selim I kwam het rijk in conflict met Perzië. In 1514 werd de Perzische sjah bij Tsjaldiran verslagen, wat de Osmaanse macht in Koerdistan en het noorden van Mesopotamië bevestigde. In 1516 veroverde Selim Syrië op Egypte en in 1517 Egypte zelf. Arabië (met Mekka en Medina) erkende de Osmaanse opperheerschappij.

Onder sultan Süleyman I kreeg het Osmaanse Rijk zijn grootste uitbreiding en kwam tevens het regeringssysteem tot volle ontplooiing. Hongarije werd veroverd (Slag bij Mohács, 1526) en Wenen belegerd (1529). Tegen Perzië ondernam Süleyman met succes een aantal veldtochten. Voorts beheerste hij de Middellandse Zee.

De sultan bezat absolute macht (voor behoud van de eenheid doodde een nieuwe sultan zijn broers) en regeerde met zijn gunstelingen door middel van de twee keurkorpsen: janitsaren en sipahi's (ruiterij van leenmannen). Een zekere sociale onafhankelijkheid genoot de geestelijke stand van de oelama. De talrijke christelijke en joodse onderdanen van de sultan waren onder hun eigen religieuze hoofden georganiseerd. Ditzelfde gold voor de vreemdelingen, vooral kooplieden, die door hun consuls en gezanten werden geadministreerd, tot de rechtspraak toe.

Turkse Militaire muziek De janitsaren vormden de militaire elite-eenheid van het Osmaanse Rijk. Zij vormden een symbool, zowel voor de macht van de sultan als voor het rijk zelf. De janitsaren vormden ook orkesten. In zo'n orkest werd gespeeld op allerlei trommels (pauken en dubbelvellige trommels), op de zurna (een soort hobo), de boru (een metalen hoorn) en de cimbaal. Ook werd er met bellen gerinkeld. Janitsaren speelden in optocht en bij formele gebeurtenissen aan het hof, zoals bij de kroning van de sultan, bij recepties voor ambassadeurs en op feestdagen. Zij speelden als de ministerraad ontboden werd en ter aankondiging van de vijf dagelijkse gebeden.

Onder Süleymans opvolgers stagneerde de uitbreiding van het rijk. Zijn opvolger Selim II liet de leiding van de regering aan de grootvizier Mehmed Sokolli over; onder hem leed de Turkse vloot in de Slag bij Lepanto in 1571 een gevoelige nederlaag tegen o.m. de Spanjaarden en Venetianen. De belangrijkste buitenlandse tegenstanders waren echter tot in het begin der 18de eeuw Oostenrijk en Perzië (Iran). De naar beide zijden gevoerde oorlogen maakten onophoudelijk veldtochten nodig.

In de loop van de 17de eeuw werd het rijk door slecht bestuur en militaire opstanden verzwakt. De grootviziersfamilie van de Köprülü wist sedert 1656 krachtiger leiding te geven; in 1669 werd Kreta op de Venetianen veroverd. Aan de westelijke en noordelijke grenzen had het Osmaanse Rijk steeds met geweld of diplomatie haar autoriteit weten te handhaven, zozeer, dat ook Polen en Rusland sterk onder Osmaanse invloed kwamen.

Een ommekeer in de machtsverhouding volgde na de in 1683 ondernomen veldtocht tegen Oostenrijk. Deze begon met de tweede belegering van Wenen. Nadat de stad door de Polen ontzet was, werden de terugtrekkende Turken keer op keer verslagen, zodat zelfs een deel van Hongarije door de Oostenrijkers werd heroverd.

Een lange krijgsperiode volgde, waarin de Turken tevens met Venetië, Polen en Rusland in oorlog raakten. Bij de Vrede van Karlowitz (1699) moest Turkije ten slotte zijn aanspraken op een groot deel van Hongarije opgeven, terwijl ook de andere vijanden gebiedsvoordeel verkregen. Aan Oostenrijk ging ook de rest van Hongarije verloren (Vrede van Passarowitz, 1718) en op den duur bleef de Donau de grens.

Geschiedenis

Wiki-Turkije




 
AdverterenContactAlgemene Voorwaarden
WelkomNieuwsEvenementenWeblogsTurkijeForum